Het stadsbestuur gebruikt steeds minder schadelijke sproeistoffen bij het onderhoud van de openbare ruimte. Dat is ook nodig. Niet alleen omdat de Vlaamse overheid het oplegt aan de gemeentebesturen, maar vooral omdat het leefmilieu langzaam maar zeker ten onder gaat aan de opstapeling van chemische stoffen. Het afbouwprogramma van de stad is belangrijk, maar het is uiteraard de bedoeling dat u, als inwoner, daaraan meewerkt.
De Vlaamse overheid streeft naar de afbouw van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Zij wil tonen aan de openbare diensten én aan de gezinnen dat het beperken van onkruid ook zonder kan.
meer info op webstek Zonder is gezonder
De gemakkelijk doch milieuschadelijke chemische onkruidbestrijding wordt voortaan vervangen door duurzame alternatieve bestrijdingsmethoden. Om onkruid op het openbaar domein (in parken en plantsoenen, in goten en op pleinen en parkings enz.) op een milieuvriendelijke manier te bestrijden zijn er verschillende mogelijkheden:
- onkruid laten staan: waar onkruid geen hinder of overlast bezorgt kan onkruid best gedoogd worden (bv weinig gebruikte grote parkeerterreinen in industrieparken). Extensief maaien is vaak voldoende.
- onkruid voorkomen: dit is de beste methode. Dit kan:
ofwel door geen overbodige verhardingen aan te leggen, of moeilijk te onderhouden verhardingen om te vormen (bv van grindpad tot grindgazon);
ofwel door onkruid geen kans geven om te groeien, o.a. door goten preventief te vegen zodat er geen voedingsbodem is;
ofwel door het inzetten van alternatieve methoden voor bestrijding van onkruid, zoals branden, heetwatertechniek, schoffelen, borstelen, wieden, maaien...
Deze alternatieve methoden zijn vaak heel arbeids-intensief en hebben niet altijd hetzelfde effect als chemische bestrijdingsmiddelen.
Daarom moeten we leren aanvaarden dat niet elk grassprietje dat toevallig op een verkeerde plaats groeit onmiddellijk moet verdwijnen. De aanwezigheid van onkruid beperken wordt de doelstelling.
De winst voor het leefmilieu, de lucht, het grondwater en de waterlopen, en vooral voor onze gezondheid zal aanzienlijk zijn. En zeg nu zelf: bent u bang van een paardebloem?
In het verleden gebruikte de groendienst van de stad Sint-Niklaas chemische bestrijdingsmiddelen bij het onderhoud van de circa 85 ha openbaar groen en de vele verhardingen (straatgoten, parkings, fietspaden enz.). Vaak werd er niet al te zuinig omgesprongen met deze producten, omwille van het gebruiksgemak en de relatief lage kostprijs. In andere Vlaamse steden en gemeenten was de situatie vergelijkbaar.
Het effect op lange termijn van deze producten is niet altijd voorspelbaar en kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
Enkele voorbeelden:
In de jaren zestig werd massaal het gekende insecticide DDT gebruikt. Sporen van dit product werden teruggevonden in de voedselketen, via insecteneters tot bij de prooivogels. In het begin van de zeventiger jaren werd DDT uit de handel genomen. Naar schatting zal men tot in 2050 resten van dit uiterst schadelijk insectendodend middel in het milieu terugvinden.
Grammoxone is een zeer giftig onkruidbestrijdingsmiddel dat nog steeds in gebruik is. In het geval van vergiftiging bestaat hiervoor geen tegengif. Het onkruidbestrijdingsmiddel Diuron komt via regenwater in de waterlopen en uiteindelijk in ons drinkwater terecht.
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan drastisch verminderd worden. Dat is ook nodig. Veel van deze schadelijke stoffen komen terecht in het grond- en oppervlaktewater. Langzaam maar zeker gaat het milieu ten onder aan de opstapeling van moeilijk afbreekbare chemische bestrijdingsmiddelen. Ook het gevaar voor onze eigen gezondheid mag niet onderschat worden. De Vlaamse overheid besliste om vanaf 2004 het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor het beheer van openbare ruimten af te bouwen.
Aanvankelijk konden openbare besturen kiezen: ofwel voor onmiddellijk nulgebruik, ofwel voor een geleidelijke afbouw, om vanaf 2014 definitief over te schakelen op integraal nulgebruik. De stad Sint-Niklaas koos voor deze laatste optie.
Vorig jaar werd de afbouwprocedure versneld en de wetgeving aangepast: sinds juli 2009 geldt het volledige nulgebruik, met uitzondering van verhardingen die op korte termijn omgevormd of heringericht worden.
Tegen 2015 moet de totale afbouw gerealiseerd zijn.
Voor Sint-Niklaas werd een veegplan opgesteld waarbij straten (goten, parkings, pleinen…) stelselmatig aangepakt worden door middel van:
Het veegplan omvat twee zones:
- de ganse binnenstad,
- Industrieparken Entrepotstraat, Europark-Noord, -Oost en -Zuid ,
- Koningin Fabiolapark, Reinaertpark, Terekenwijk, Baenslandwijk, Dillaertwijk,
- de zone tussen de Plezantstraat, Heistraat, Begijnenstraat en de spoorweg Antwerpen-Gent
- de deelgemeenten (agglomeratie + buitenstraten),
- het noorden van Sint-Niklaas, inclusief de Watermolenwijk en de omgeving van de Paddeschootdreef en de Clementwijk.
- Industriepark-West en -Noord, Oostjachtpark.
Het centrum van de deelgemeenten en de wijken worden in principe 4 keer per jaar geveegd, de buitenstraten 2 keer per jaar. Waar nodig wordt parkeerverbod voorzien.
Ook bewoners dienen in te staan voor de reinheid in hun straat en het verwijderen van spontane plantengroei op het voetpad, in de straatgoot en uit de rioolroosters langs de woning. In het belang van het leefmilieu én de gezondheid worden daarbij geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.
Om efficiënt en grondig werken mogelijk te maken dient parkeerverbod stipt opgevolgd te worden. Als er toch geparkeerde wagens staan, kunnen de verhardingen onvoldoende schoongemaakt worden.
De bewoners van het voorbeeldgebied worden uitgenodigd om ook in hun eigen tuin het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te vermijden.